Samenwerkingsverband SWV Schiedam, Vlaardingen en Maassluis

‘Onderwijs dat past’

 

Definitie schoolondersteuningsprofiel*:

In een schoolondersteuningsprofiel worden de mogelijkheden van de school beschreven voor het bieden van passend onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Dat levert een beeld op van zowel de onderwijsinhoudelijke als de procesmatige en structurele kenmerken van de school op het niveau van basis- en extra ondersteuning. Daarvoor worden veel gegevens opgenomen die direct en indirect betrekking hebben op de mogelijkheden van de school. Het gaat bijvoorbeeld om gegevens over de aanwezige deskundigheid in het team, de ruimte die er is om aandacht en tijd te schenken aan de leerlingen, de methodieken en voorzieningen waarover het team beschikt, de kwaliteit van de organisatie, enzovoort. Al deze gegevens worden gebruikt om de ondersteuning die de school kan bieden te beschrijven op twee niveaus: basisondersteuning en extra ondersteuning. De basisondersteuning beschrijft het niveau dat van alle scholen uit het samenwerkingsverband verwacht wordt. De afspraken over de invulling van de basisondersteuning worden op het niveau van het samenwerkingsverband gemaakt en gelden voor alle deelnemende scholen. De basisondersteuning heeft betrekking op onderwijsinhoudelijke aanpakken en op de kwaliteit van de ondersteuningsprocessen in de school.

 

Binnen ons samenwerkingsverband maken we de volgende afspraken over het niveau van basisondersteuning:

  1. Iedere school heeft een aanbod voor leerlingen die anders leren. Zoals leerlingen met dyslexie, dyscalculie en leerlingen met lichte gedragsproblemen;
  2. De school is in staat leerlingen op groepsniveau en individueel niveau te ondersteunen in hun sociaal emotioneel leren en ontwikkelen. De school biedt planmatig ondersteuning aan specifieke (groepen van) leerlingen die dat nodig hebben;
  3. Scholen zijn in staat leerlingen met een licht medische ondersteuningsbehoefte op school te houden en deze dus niet op grond daarvan naar een andere lesplek te verwijzen. De wet BIG (beroepen in de individuele gezondheidszorg) voorziet in een regeling ten aanzien van voorbehouden, risicovolle handelingen. Hierbij kan een beroepsbeoefenaar door een arts bekwaam geacht worden om medische handelingen uit te voeren en hiertoe de toestemming dan wel opdracht krijgen. Zo kan de school dit op locatie organiseren. Informatie over de procedure en BIG-geregistreerde handelingen, is op te vragen bij het samenwerkingsverband;
  4. Iedere school is in staat om in haar gebouw of bepaalde ruimtes of onderwijs-inhoudelijke inrichting aanpassingen te maken voor leerlingen met fysieke beperkingen;
  5. Alle scholen werken met leerlijnen waarmee ze in staat zijn hun onderwijsaanbod voor specifieke (groepen) leerlingen te formuleren en hierin afstemming te zoeken met de behoefte van de leerling. Dit aanbod is vastgelegd in het schoolondersteunings-profiel van de school;
  6. Scholen doorlopen een eigen, interne kwaliteitscyclus met betrekking tot het inzetten van ondersteuning aan leerlingen en leerkrachten en het afstemmen van onderwijsaanbod (bijvoorbeeld Handelingsgericht Werken – HGW cyclus).

 

De extra ondersteuning beschrijft de specifieke mogelijkheden van individuele scholen, die verder gaan dan de afspraken die gemaakt zijn over de basisondersteuning. De mogelijkheden van de school worden op hoofdlijn beschreven op twee aspecten. In de eerste plaats gaat het om onderwijsinhoudelijke interventies zoals bijvoorbeeld het aanbieden van een programma voor sociaal-emotioneel ontwikkeling of voor getalenteerde leerlingen. In de tweede plaats betreft het meer procesmatige en structurele kwaliteiten zoals bijvoorbeeld het gebruiken van een leerlingvolgsysteem en afspraken voor het opstellen van handelingsplannen en groepsplannen.

 

*uit: “Werken met het schoolondersteuningsprofiel in het regulier en (voortgezet) speciaal (basis-) onderwijs”, september 2012, zoals gehanteerd vanuit de PO Raad www.poraad.nl en “Regionaal Ondersteuningsplan 2014-2018 SWV Schiedam, Vlaardingen en Maassluis Onderwijs dat past” www.onderwijsdatpast.info

Schoolondersteuningsprofiel

Basis ondersteuning Extra ondersteuning
 

1) Visie en acceptatie van het hele team/typering school

 

Vragen over visie, doelen en inhouden, succesfactoren

 

 

Ons openbaar kindcentrum biedt kinderen uit alle culturen en met verschillende achtergronden onderwijs en opvang waardoor de kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit doen we

door een eenduidige, positieve en verwachtingsvolle aanpak waardoor de mogelijkheden van de kinderen optimaal benut worden.

We bieden structuur, voorspelbaarheid in regels, afspraken en aanpak,hetgeen veiligheid biedt.

Het kindcentrum is in het bezit van een pestprotocol.

De nadruk ligt binnen het kincentrum op de taalontwikkeling.

 

Het profiel van het kindcentrum is: leren is topsport! Dit betekent dat wij bewust bezig zijn met voeding en beweging.

 

De school heeft een schoolgids en een website waarin de uitgangspunten van het kindcentrum staan omschreven.

 

Een doorgaande lijn van 0-13 jaar op pedagogisch en didactisch handelen door alle medewerkers.

 

Een continurooster

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor de taalontwikkeling zijn speciale programma’s binnen het kindcentrum.

 

 

2) Beleid rondom passend onderwijs en het daarbij behorende lln. aanname beleid

 

Vragen over visie, doelen en inhoud, onderwijstijd, volgen van het leren, ouders, beschikbare deskundige

 

 

Kinderen die anders leren zoals

dyslexie, dyscalculie en lichte

gedragsproblemen kunnen een

aanbod bij ons op school

krijgen. Kinderen kunnen (beperkt) in aanmerking komen voor individuele instructie op maat.

 

 

 

Bij aanmelding van een kind vindt altijd een gesprek plaats met ouders en directeur of bouwcoördinator. Bij bijzondere zorgbehoeften wordt de intern begeleider betrokken om de onderwijsbehoeften in kaart te brengen. Dan wordt per leerling, in samenwerking met het team, zorgvuldig afgewogen of de zorg op school geboden kan worden.

Bij kinderen met speciale onderwijsbehoeften vindt regelmatig een evaluatie plaats om het welbevinden en de ontwikkeling van het kind   goed te volgen. Dit bepaalt steeds of voortgang mogelijk is naar de toekomst.

 

Het welbevinden van het kind wordt o.a. gevolgd door het houden van kindgesprekken door de leerkracht en/of I.B.’er.

 

De bespreking in het Kansenteam is van grote waarde voor het bepalen van begrenzing.

 

De Uitvoering van licht medische handelingen worden per geval in het team (minimaal een bouw) besproken en strak ingepland, zodat meerdere mensen verantwoordelijk kunnen zijn voor de uitvoering.

Het kindcentrum is in bezit van een protocol Medicijnenverstrekking.

 

 

Onderwijsassistenten kunnen onder de verantwoordelijkheid van de leerkracht en I.B.’er ( tijdelijk) werken buiten de groep met kinderen die dat nodig hebben. Deze extra oefenmomenten komen naast de extra instructiemomenten in de klas die door de leerkracht gegeven wordt.

 

 

Als de school de zorg niet kan bieden of denkt deze niet te kunnen bieden, wordt advies gevraagd aan SWV en /of ambulant begeleiders vanuit de clusters. Met elkaar wordt bekeken en bepaald wat nodig is om plaatsing op school tot een succes te maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIG : Het kindcentrum wil ondersteuning van een jeugdverpleegkundige of arts.

Wanneer goede ondersteuning geregeld is, kan plaatsing besproken worden.


       

 

3) Georganiseerde leerlingbegeleiding/zorg

op schoolniveau

 

Volgen van het leren, onderwijstijd, beschikbare deskundige, ouders, succes factoren schoolniveau

 

                                                           Alle gegevens rond toetsing, gesprekken,handelingsplannen , verslagen en gedrag worden bijgehouden in het leerlingvolgsysteem Parnassys. Het leerlingvolgsysteem ZIEN wordt gehanteerd bij de groepen 2 t/m 8.

 

 

 

De intern begeleider: heeft minimaal 3 keer per schooljaar een zorgoverleg met leerkrachten waarbij alle kinderen van de groep worden besproken. Voorafgaand aan dit overleg wordt het kind door de leerkracht geanalyseerd op basis van toetsen, gedrag en individueel contact met het kind.

Tussendoor is leerlingenoverleg met I.B.’er en leerkracht en/of ouders mogelijk, wanneer dit echt nodig is.

Per schooljaar zijn er 6 a 7 Kansenteams (ondersteuningteams) gepland, waarin kinderen besproken worden. Naast directeur, I.B.’er, leerkracht of pedagogisch medewerker, en ouders zijn hierbij meerdere instanties betrokken. (CJG,SWV,SMW,Jeugdzorg, logopedie, fysiotherapie, etc.) Dit overleg zal in de toekomst beslissingsbevoegdheid kunnen krijgen betreffende verplaatsingen.

Iedere maand is er een overleg tussen de intern begeleider en SMW-er om kinderen en de nodige zorg door te spreken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Signalering van problematiek op in ieder geval welbevinden en betrokkenheid wordt hierdoor duidelijk en kan leiden tot individuele en/of groepsplannen gedrag.

 

Cursussen vanuit CJG en SMW in de klas en buiten de klas op sociaal/emotioneel gebied:

 

Kom op voor jezelf trainingen

Faalangsttrainingen

Kiezel en druppel,weerbaarheid

Project de leuke klas

Project de geweldige school

Omgaan met rouwverwerking

Omgaan met scheiding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er wordt nauw samengewerkt met ambulant begeleiders uit cluster 2, 3 en 4, wanneer er vragen zijn m.b.t. aanpak, onderwijs aan kinderen met bepaald gedrag of leerkrachtgedrag wat verbeterd zou kunnen worden. De ondersteuning kan geboden worden in de vorm van Pre Ambulante Begeleiding.

     

 

4a) Gedifferentieerd werken/leren

groepsniveau

 

Volgen van het leren, onderwijstijd, materialen, ouders, beschikbare deskundige

 

 

 

4b) Planmatig werken

 

 

 

 

 

 

Vragen over volgen van het leren (groepsniveau)

 

Leerkrachten zijn in staat om op 3 niveaus les te geven volgens het directe instructiemodel. (basis, verdiept en intensief)

De leerlingen worden in groepen geplaatst n.a.v. hun prestaties bij de halfjaarlijkse CITO en de scores op de methodegebonden toetsen.(groepsplannen) Deze groepsplannen kunnen tussendoor bijgesteld worden als dit in het belang is van het kind.

 

Naast deze niveaus kunnen leerkrachten onder begeleiding van de intern begeleider bij leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een ontwikkelingsprofiel maken op basis van een uitstroomprofiel waarbij de leerling op maximaal 1 vak (rekenen) een andere leerlijn volgt en waarbij de andere vakken compacter en evt. met pre teaching worden aangeboden.

Eventueel is het ook mogelijk dat kinderen in een andere groep instructie volgen. Het welbevinden en de groei van het kind en het welbevinden van de groep staat echter hier centraal.

Deze kinderen worden zolang mogelijk bij de leerstof gehouden tot er sprake is van frustratieniveau.

Als na gesprek met de ouders het kind op een eigen leerlijn zit , en ondanks de instructie en aanpak op maat, in ontwikkeling stagneert zal uitgekeken worden naar een passender onderwijsplek. Het welbevinden van het kind is hierin mede maatgevend.

 

Bij het constateren van zorg m.b.t. een kind gaat de leerkracht (in de toekomst) eerst de leerlingenschets invullen:

Deze leerling-schets zorgt ervoor dat alle mogelijke stappen al zijn gezet/uitgeprobeerd door de leerkracht voor de leerling bij de intern begeleider komt.

(De leerkracht maakt hierbij gebruik van collegiale consultatie, heeft contact(en) met ouders en vorige leerkracht en heeft een handelingsplan gemaakt/uitgevoerd/geëvalueerd.)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij het voldoen aan specifieke onderwijsbehoeften wordt, indien nodig, hulp gevraagd aan SWV en/of PAB van cluster 2,3,4.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij aangetoonde tijdelijke of permanente extra leerlingenzorg kan een onderwijsarrangement worden aangevraagd. Dit arrangement vervangt het oude rugzakje.

Dit zijn de extra materialen of extra mankracht die nodig zijn om een kind datgene te geven waar hij/zij behoefte aan heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

    

5a) Flexibel werken met het curriculum/de afgestemde materialen

 

Materialen, onderwijstijd, succesfactoren, volgen van het leren

 

 

 

 

 

 

 

5b) Afgestemde materialen

 

Vragen over materialen, plek in de school

 

 

Zolang een kind zich goed voelt binnen het kindcentrum en er groei is in zijn ontwikkeling, is het welkom op onze kindcentrum.

Hiernaast is het ook belangrijk dat de inspanning van de leerkracht in verhouding staat tot de groei van het kind en dat het kind profiteert van de sociale context. Is dit niet het geval, zal er kritisch moeten gekeken worden of deze onderwijsplek voor het kind de juiste is.

 

In het kindcentrum is het mogelijk om op de benedenverdieping een groep te plaatsen, als dit i.v.m. een lichamelijke handicap een voorwaarde is. Ook is een invalidentoilet, een verschoningsruimte en een douche aanwezig.

Er zijn extra materialen voor kinderen die ondersteuning nodig hebben in de motoriek

 

 

 

6) Deskundigen die op school aanwezig zijn

 

Vragen over beschikbare deskundige

 

Leerkrachten

Pedagogisch medewerkers

Onderwijsassistenten

Huishoudelijk medewerksters

Conciërge

Intern begeleider

Bouw coördinator onderbouw

Bouw coördinator bovenbouw

ICT leerkracht

Directeur

Adjunct Directeur

Schoolmaatschappelijk werk

Verpleegkundige vanuit CJG

Medewerker SWV

Diëtiste

Medewerker Stichting Aanzet

 

-Taalcoördinator die leerkrachten coacht m.b.t. taal en leesbeleid

-Leerkracht vrij geroosterd voor sportactiviteiten/deelname extra sportactiviteiten en peutergym

– logopediste

-samenwerking met oefentherapeut Caesar en fysiotherapie

-Schakelklas door onderwijsassistente en leerkracht in de groepen

– Verlengde schooldag

– TOPklas

 

7) Toegankelijke ruimten

 

Vragen over materialen, plek in de scholen

Zie ook 5b

 

Inde ruimte van de intern begeleider zijn materialen te vinden om lessen te verduidelijken en er staat extra oefenmateriaal indien dit gewenst is.

 

Extra faciliteiten voor kinderen die een prikkelarme omgeving nodig hebben.( schotten, koptelefoons etc)

 

 

8) Georganiseerde ouderbetrokkenheid

 

Vragen over de ouders

 

Ouderkamer

Ouderraad

Medezeggenschapsraad

Ouderpanels

Diverse informatieavonden

Open dagen

Kijken in de groep

Rondleidingen en kennismakingsgesprekken

 

Rapportgesprekken, 2 keer per jaar.

Mogelijkheden tot gesprekken met directeur/intern begeleider op afspraak.

Leerkrachten/pedagogisch medewerkers communiceren open met ouders over het welbevinden en de ontwikkeling van hun kind.

Bij zorgen wordt dit altijd aan de ouders gemeld.

 

Klassenouders

Hulpouders

Thema avonden voor ouders van kinderen van 0-12 jaar

9) De komende 4 jaren werken we aan de volgende concrete doelen

 

Leerkrachtvaardigheden om de basiszorg te kunnen optimaliseren. Hierin werken intern begeleider en bouwcoördinatoren nauw samen om beleid te implementeren.

– Signaleren en analyseren van toetsgegevens en adequaat hierop reageren

-Maken van een ontwikkelingsperspectief

-Signaleren van beginnende gedragsproblematiek en het adequaat kunnen reageren hierop

-Werken met ZIEN implementeren

themavergaderingen kindcentrum

workshops op thema

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Signaleren kan in schoolse en/of speelse situatie plaatsvinden. Er vindt altijd overleg plaats tussen de opvang en het onderwijs.